Veer soepel mee op het ritme van je bestaan...
Jouw verhaalMijn verhaalPersoonlijke begeleidingBlogErvaringenContactFavoriete links
Ode aan de Lancia

 

Vijf jaar lang bracht jij me van hot naar her. Vooral die ene weg, die jij blind weet te vinden. ’s Morgens vraag je me al: ‘Gaan we er weer heen?’ waarop ik beschaamd en te vaak bevestigend knik. De rochelende diesel telkens moeiteloos gestart tuffen we samen gestaag. Kinderen veertig kilometer verderop naar school, dag na dag, week na week, jaar na jaar. Kinderen naar dansclubs, optredens en schoolgala’s. Dikke disco, stampende housebeats en de Toppers schallen ondertussen uitbundig uit de luidsprekers. En jij klaagt nooit. Vuile bos-modder-schoenen, appelflapkruimels,  gierend meelallende stemmen, een ruzie hier en daar. Jij klaagt nooit. Tranen met tuiten, een misselijk chemolijf, lange telefoongesprekken. Jij klaagt nooit.

Amersfoort, Bretagne, Vendee, Mediterrane, Ameland, Toscane en Maastricht. Of het nu gepland was of spontaan in vijf uur heen en weer naar het Limburgse land om een student met hoge koorts op te halen. Jij klaagde nooit. Behalve die ene keer. Dat ik met dikke migraine uit Pisa terugkeerde en op vliegveld Eindhoven een auto zonder stroom aantrof. Mysterieus. De toegesnelde ANWB meneer kon er ook zijn vinger niet op leggen. Geen lampen laten branden, zelfs niet die in het handschoenenkastje.  Toen klaagde ik.

Kinderen leerden rijden en kregen je mee. Maar niet zomaar. Daar moesten ze wel plechtig voor beloven je altijd veilig terug te brengen bij mij. Ik was gek op je. Vond je prachtig en bijzonder. Je uitstraling, je majestueus ogende gril, je dikke kont en je zwarte dak. Je leren stuur dat inmiddels versleten was op de plekken waar mijn handen je opdracht gaven van richting te veranderen.  Je navigatiesysteem was een drama. Werd slechts gebruikt als het echt niet anders kon. En dat was dan weer goed voor mijn grijze, wegwijs-cellen. We reden soms iets te hard maar niet vaak. Eén parkeerboete en twee snelheidsovertredingen sleepten we samen in de wacht. Best knap in 137.000 kilometer. 

Tot ik op die bewuste woensdagavond nietsvermoedend op een file af reed. De alarmlichten flikkerden mij al heloranje toe op kilometers afstand in de donkerte. Mijn voet verliet je gaspedaal en ik keek in jouw achteruitkijkspiegel. Ik baalde. Was bijna thuis na een lange dag. Een mooie dag ook. Ik was die ochtend ontwaakt uit een dikke migraineaanval en stapte vanuit de geblindeerde slaapkamer de gewone wereld weer in. Ik besloot ’s middags wel op mijn gave vrijwilligerswerk in Utrecht te verschijnen en het etentje met mijn vriendin daarna ook te laten doorgaan. Ik was tenslotte best weer in staat aan het leven deel te nemen. Jij mocht mee. En nadat ik heerlijk had gegeten en gekletst, vergezeld van één wijntje en vier koppen thee, liet ik me door jou naar huis brengen. Nou, bijna dan.

We bevonden ons ter hoogte van de Esso pomp bij de afslag Nunspeet. Ik merkte op dat de auto’s achter me ook in het oranje baadden, hun alarmlichten gevonden en mij dus gezien, was mijn onterechte conclusie. Mijn ogen verlieten dat tafereel en concentreerden zich op wat er voor mij gebeurde. Terwijl ik gecontroleerd op jouw rem trapte vroeg ik me af of ik de vluchtstrook zou nemen. Even een kleine 100 meter stout en dan lekker langs de file de afrit………. BOEM! Een doffe klap drukte me in jouw gordel en halverwege mijn zitplaats en het stuur blokkeerde ik. ‘Ik heb niks!’ flitste er door mijn hoofd en daarna werd het oorverdovend stil. Minuten leken het, voordat er weer leven op de A28 ontstond. In werkelijkheid zal het een fractie van een seconde geweest zijn.

Op je dashboard branden allerlei rode lampjes maar deze negerend stuur ik je de vluchtstrook op. Me nog niet bewust van de ravage achter mij wil ik “niet in de weg staan voor als het verkeer weer kan gaan rijden….”

Handrem, in z’n vrij, nog een keer checken of je wel in je vrij staat, binnenspiegel – HUH? Ik voel wind -, buitenspiegel, over je schouder…. geen gevaar: deur open.  Mijn 28 jaar oude rijlessen zitten er stevig ingeramd. En jouw achterruit ligt in een miljoen stukjes op de snelweg.

Nu schrik ik pas en ik voel mijn benen langzaam in een trilmodus komen als ik beduusd om me heen kijk. Bellende mensen, een compleet in elkaar gedrukte Peugeot 206 een meneer die ligt te creperen en een monsterlijk grote vrachtwagencombinatie op de linkerbaan, naast jou. ‘Die had jou met gemak tot moes kunnen crashen,’ denk ik zonder er iets bij te voelen. Ik kijk verdwaasd om me heen en voel me niet geroepen de gewonde meneer te helpen. A zijn er al diverse mensen om hem heen en B volgens mij ben ik hier ook slachtoffer. Ik sta te blauwbekken, pak een dikke Stolt sjaal uit de kofferbak. Schud het glas eruit en wacht. Ik wacht op de politieagent die mijn verklaring wil opnemen. Ik wacht op de ambulance meneer die me wil betasten en me op het hart wil drukken dat ik bij hoofdpijn toch echt vannacht nog naar de huisartsenpost moet gaan, anders mag ik niet in mijn eigen bed slapen. En ik wacht op de sleepdienst.  Intussen gaat het regenen. Ik mag mijn eigen auto niet meer in omdat de airbags nog kunnen afgaan. Stiekem pak ik wel mijn tas. Die is van de stoel gevlogen en was open. Ik graai voorzichtig mijn portemonnee, sleutels, mobiel en bril van de splinternieuwe vloermat. En ik wacht.

Anderhalf uur later stap ik op de hoek van de afrit uit de sleepwagen in de warmte van de auto van mijn lief. Hij stond al een half uur te wachten daar, met een – nu koud geworden - kopje thee. Een warme douche en dito thee later probeer ik de slaap te vatten. Geplaagd door gedachten aan jou, eenzaam en koud tussen kapotte, vreemde auto’s op een slecht verlicht parkeerterrein bij het sleepbedrijf. Gewond, gehavend, verdrietig. Ben je nog een beetje fatsoenlijk te repareren? Of zal ik afscheid moeten nemen van jou, mijn lieve Lancia.

Inmiddels weet ik dat je economisch total loss bent. En met deze tekst zeg ik gedag.

Je werd geëerd, te weinig gewassen maar verder goed verzorgd. Je was mijn maatje op de weg, mijn logistieke steun en toeverlaat. Je hebt mij en mijn geliefden al die kilometers veilig vervoerd. En zonder afscheid geen nieuw begin dus: bedankt lieve Lancia, 57-GLN-7.

 

 



Hooggeëerd publiek
Potje poetsen
'Zijn', het nieuwe 'doen'
Was het maar een burn out...
Geloven of niet
Ik zie...ik zie...
Moeder...
Van gastouder tot ouder-steuner?
Zalig Kerstfeest...
Van droom tot werkelijkheid
Jetlag-cultuurshock en ander reizigersongemak...
Poulet, paddenstoelen en puntenroutes...
Woorden, weerstand en Well-café...
Papier maché 2.0
Surrounded by silk, serene silence
Hatha, Vinyasa en Iyengar...
Sektarisch, religieus of vrije wil...
Poep en pech...
Cultuurbarbaar?
Irritant of charmant?
Goden en goeroes
Als waterlanders op je toetsenbord uiteen spatten...
Wandelen tegen migraine
Koetje en de kale berg
Ode aan de Lancia
Meditatie high
Advocaat